
Het massaal claimen van schade door vertraagde passagiers bedreigt de veiligheidscultuur in de luchtvaart. Doordat passagiers met vertraging een schadeclaim kunnen indienen, ontstaat er extra druk op de afweging tussen punctualiteit en veiligheid.
Dat schrijft DEGAS, een groep onafhankelijke veiligheidsexperts van het ministerie van Verkeer, in een nog niet eerder gepubliceerd advies aan CDA-staatssecretaris Joop Atsma. Het weekblad Elsevier brengt deze week de inhoud van het advies naar buiten.
Tanken
In het DEGAS-rapport wordt het voorbeeld aangehaald van een vertraagde vlucht van Schiphol naar de Westkust van de Verenigde Staten. Door onverwacht harde tegenwind en extra brandstofgebruik moest het toestel volgens het boekje een extra tussenlanding maken om bij te tanken.
De luchtvaartmaatschappij zette de gezagvoerder onder druk om gewoon door te vliegen, desnoods met een kritische hoeveelheid kerosine. Anders zou de vertraging meer dan drie uur bedragen, hadden de 400 inzittenden recht op 600 euro schadevergoeding en leed het bedrijf een strop van 240.000 euro.
Vakantie
De ticketclaims vloeien voort uit een Europese richtlijn uit 2004. Door rechterlijke uitspraken dijt de werking van deze regeling steeds verde uit.
Een vloedgolf aan ticketclaims is in aantocht, want steeds meer mensen krijgen in de gaten dat ze bij ernstige vertraging de kosten van hun vakantie of zakenreis geheel of gedeeltelijk op de luchtvaartmaatschappij kunnen verhalen.
Benno Baksteen, voorzitter van de Dutch Expert Group Aviation Safety (DEGAS) en voormalig voorman van de pilotenvakbond VNV, zegt in Elsevier: ‘Als vliegers weten dat ze hun werkgever een kwart miljoen euro kunnen besparen door net te doen of ze dat lampje eventjes niet zien, komen ze in de verleiding het inderdaad te negeren.’
Bron: Elsevier.nl
